Afstandsbediening.
Bijna elk airco systeem heeft een infrarode afstandsbediening. Bedrading langs de muren is dus overbodig. Bovendien hebben de systemen onzichtbaar weggewerkte condenspompjes. De meeste modellen worden zodanig gemonteerd, dat alleen een fraai rooster zichtbaar is.
|
|

Wandsystemen.
Het meest eenvoudige systeem is het wandsysteem.
De binnen unit wordt aan een wand gehangen.
De lucht in de ruimte wordt door de binnen unit aangezogen, gekoeld en weer in de ruimte uitgeblazen. De temperatuur, de luchthoeveelheid en de luchtworp kunnen naar wens ingesteld worden met behulp van een afstandsbediening.
|

Cassette inbouwsystemen.
Het cassette inbouwsysteem kan uitsluitend toegepast worden, indien er een verlaagd plafond (liefst systeemplafond) beschikbaar is met een tussenruimte van minimaal 380 mm.
De buiten unit wordt op een geschikte plaats buiten het gebouw geplaatst.
De inbouw cassettes steken slechts ca. 120 mm uit het plafond en blazen naar 4 zijden de gekoelde lucht uit. Hierdoor wordt een goede luchtverdeling verkregen. |
Plafondsystemen.
Bij een plafondsysteem wordt de binnen unit hoog tegen het plafond geplaatst. De luchtworp is aanzienlijk verder dan bij een wandsysteem.
|
Vloersystemen.
Bij een vloersysteem kan de binnen unit desgewenst op de vloer geplaatst worden. |
Kanalensystemen.
Het kanalensysteem kan uitsluitend toegepast worden, indien er een verlaagd plafond (liefst systeemplafond) beschikbaar is met een tussenruimte van minimaal 260 mm.
De buiten unit wordt op een geschikte plaats buiten het gebouw geplaatst.
Er moet een mogelijkheid zijn om de binnen unit binnen in het gebouw (b.v. op zolder of andere beschikbare ruimte) te plaatsen. Vanuit de binnen unit wordt met behulp van geisoleerde luchtslangen en uitblaasroosters de gekoelde lucht verdeeld over 1 (grote) ruimte of meerdere ruimten. De temperatuur kan slechts centraal geregeld worden (niet per ruimte). |
Luchtverdeelsystemen.
Het kanalensysteem kan uitstekend gecombineerd worden met speciale luchtverdeelsystemen, zoals luchtslangen.
Luchtslangen maken het mogelijk om lucht gelijkmatig met een zeer lage luchtsnelheid over ruimten te verdelen. Luchtslangen zijn toepasbaar in de plaats van uitblaasroosters of in combinatie daarmee. Waar met behulp van uitblaasroosters de richting en de snelheid van de luchtstroom slechts beperkt regelbaar is, kan met een luchtslang de lucht exact op de juiste plaats gebracht worden. De luchtsnelheid kan beperkt worden, dat deze haast niet meer voelbaar is. |
Invertersystemen.
Met dit systeem is het mogelijk met slechts één buitenunit tot 16 ruimtes te voorzien van koeling of verwarming. Als daarbij nog de toe- en afvoer van lucht wordt geregeld is het hele gebouw voorzien van een optimaal leef- en werkomgeving. Met een Multi-Inverter-Systeem is het tevens mogelijk om energie terug te winnen. Als de ene ruimte koeling nodig heeft kan de aldaar gewonnen warmte elders in het gebouw weer worden afgegeven zonder extra energie-consumtie. |
|